Ministerie van Doedelzaken

Column

NOvDB moet zichzelf opnieuw uitvinden

27 juni 2022

Het gaat niet goed met de NOvDB. Wie zegt u? De NOvDB staat voor Nederlandse Organisatie van Doedelzakbands (volgens de Kamer van Koophandel officieel: Organisatie van Doedelzakbands in Nederland). De organisatie is opgericht op 12 juni 1979 en volgens de statuten van het eerste uur was het doel het activeren en stimuleren van doedelzakbands in Nederland en het bevorderen van het gebruik van Schotse muziek. Volgens het handelsregister is de Organisatie van Doedelzakbands in Nederland een koepelorganisatie.

Lange tijd heb ik gedacht dat belangenbehartiging daar een essentieel onderdeel van is. Maar ik heb de NOvDB in mijn dertig jaar rondmarcheren in de Nederlandse doedelzaksector vooral leren kennen als een organisator van doedelzakcompetities. Ik denk met veel genoegen terug aan de befaamde pipe band competities in Swifterbant en de miniband en solocompetities in Dronten. Maar als bestuurder van verschillende doedelzakbands heb ik altijd meer gezocht bij de koepelorganisatie NOvDB. Dat zit zo. Voordat ik het doedelzakwereldje in rolde, begin jaren negentig, heb ik zo’n tien jaar intensief in de Hafabra-wereld vertoefd. Hafabra staat voor Harmonie-Fanfare-Brassbands en neem maar van mij aan, het woord ‘koepelorganisatie’ wordt daar met hoofdletters geschreven. In het verleden waren er verschillende muziekbonden, het resultaat van de zuilen uit een ver verleden. Sinds 2014 is de KNMO, de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie, de koepelorganisatie van meer dan tweeduizend blaasorkesten, tamboerkorpsen, bigbands, symfonie- en strijkorkesten, accordeon- en mondharmonicaverenigingen maar….. niet van doedelzakbands. Wie als bestuurder van een Nederlandse pipe band op de website van de KNMO rondkijkt, vergaapt zich aan wat de KNMO allemaal doet voor de aangesloten leden. De NOvDB is al jaren geen belangenbehartiger meer van haar leden. De NOvDB verkeert al meerdere jaren in een crisis en een herijking van de visie en missie is hard nodig.

De NOvDB heeft zich, althans in mijn beleving, jarenlang gericht op het organiseren van competities. En lange tijd met veel succes. Natuurlijk werden er regelmatig ook workshops georganiseerd, met instructeurs uit binnen- en buitenland, maar op de één of andere manier zijn de meeste Nederlanders niet zo te strikken voor workshops. Natuurlijk zijn er wel uitzonderingen. Zo is er de Piping School of The Netherlands, opgericht door Josien Teerlink, die al veel succesvolle cursussen en workshops organiseerde. Er zijn ook enkele bands die met succes interne workshops organiseren, maar mijn inziens zijn dit vooral de verenigingen die workshops gebruiken als voorbereiding op competities. Helaas zijn veel Nederlandse pipe bands ook niet warm te krijgen voor doedelzakcompetities. Enkele jaren geleden heb ik eens een lijstje gemaakt van de Nederlandse pipe bands die regelmatig naar een competitie gaan. Van de ongeveer 35 pipe bands die we kennen in Nederland, zijn er maar zo’n 8 bands die de grasmat betreden en een competitie gebruiken om de kwaliteit te laten toetsen om die vervolgens weer te verbeteren op basis van een actieplan (in het onderwijs noemen we dat het doorlopen van de PDCA-cirkel: Plan-Do-Check-Act). 

Nadat de NOvDB op een bepaald moment Swifterbant en Dronten verliet, zijn de competities gaan zwerven door Nederland. Ze haakten aan bij grotere Schotse en Keltische evenementen, maar waren daar ook weer snel verdwenen. Het gevolg was dat de jaarlijkse Nederlandse pipe band competitie geen vaste locatie meer had, geen duidelijk imago meer had en het vaste publiek (niet bandgerelateerd) de evenementen van de NOvDB uit het oog verloor. Om de niet-competitieve bands (meer dan twintig aangesloten verenigingen!) aan het jaarlijkse competitie-evenement te koppelen, deden enkele bands mee met een speciale optreed-dag. Maar het heeft de NOvDB niet de positie opgeleverd die het eigenlijk hard nodig heeft: een vereniging voor al haar leden. Met het verdwijnen van het eigen magazine, de Infobull, en het ontbreken van een goed communicatie- en sociaal mediabeleid (waar is de website gebleven en waarom gebeurt er zo weinig op Facebook, Instagram, Twitter en andere kanalen?) is de NOvDB redelijk onzichtbaar geworden. Met evenementen alleen gaat de NOvDB het niet redden tenzij het roer drastisch omgaat. Je kunt alleen maar een succesvol evenement organiseren met voldoende publiek en deelnemende bands als je een goede visie en een goed plan hebt. De Peine Highland Gathering (Duitsland) en het Schots Weekend in Bilzen (België) zijn succesvol geworden door hun visie, standvastigheid en goede organisatie. Natuurlijk met vallen en opstaan, maar beide evenementen hebben al jaren een flink aanzien en een stevig verankerde positie in de Nederlandse doedelzakwereld. 

De coronacrisis is voor veel organisaties een aanjager geworden van veranderingen. Twee jaar lang lockdowns hebben een enorm probleem bloot gelegd en de daarmee bijbehorende kansen. Meerdere Nederlandse doedelzakbands verkeren in zwaar weer (diverse leden zijn vertrokken, er is een groot tekort aan drummers en aan gekwalificeerde instructeurs). De mens is een enorm sociaal dier: muziek en muziekverenigingen spelen een cruciale rol in de opvoeding van jongeren en het gezond ouder worden, het zogenaamde ‘healthy aging’. De doedelzak en de doedelzakband zijn populair onder fans. Dat blijkt niet alleen uit de vele optredens die verschillende bands verzorgen, maar ook de belangstelling voor doedelzakmuziek bij het Rapalje Zomerfolkfestival, de bezoekersaantallen bij Music Show Scotland en de vele fans van bands en doedelzakmuziek op sociale media. De coronacrisis creëert nieuwe kansen maar daar moet je dan wel op inspelen. De NOvDB zal zich moeten vernieuwen door goed naar al haar aangesloten leden te luisteren en dit te vertalen naar een beleidsplan met een bijbehorend activiteitenplan. Mijn belangrijkste advies zou zijn: ga praten met de KNMO over een aansluiting. Maak van de NOvDB een serviceorganisatie die haar aangesloten leden helpt op die punten waar een vereniging dit niet alleen kan zoals ledenwerving, opleiden van instructeurs en bestuurders, verenigingsmanagement, advies over juridische en financiële zaken en advies over coaching van leden. Maar ook muziek gerelateerde zaken zoals vernieuwing van het repertoire, voorbereiden op competities, het organiseren van concerten en het aankopen van instrumentarium en kleding. Wellicht zou de NOvDB nieuwe leden moeten aantrekken (waar is het oude plan van het persoonlijk lidmaatschap gebleven?). 

De grote vraag is en blijft of competities voor doedelzakbands ook tot de activiteitenlijst zouden moeten blijven behoren van de NOvDB. Ik denk dat het vooral belangrijk is, dat er iets wordt georganiseerd waar alle aangesloten bands elkaar kunnen ontmoeten en er iets aan hebben om zich te ontwikkelen. Die enkele bands die op een pipe band competitie willen spelen, hebben de weg naar Peine of Bilzen al lang geleden gevonden. Misschien een competitie met andere blaasorkesten of een evenement nieuwe stijl. De voorzitter van de NOvDB heeft daartoe eind vorig jaar een mooie oproep gedaan. 

Kortom, er is werk aan de winkel. Misschien leidt het wel tot een heroprichting en nieuwe positionering van een koepelorganisatie voor Nederlandse pipe bands (al dan niet onderdeel van een grotere landelijke organisatie). Doedelzakmuziek is niet dood in Nederland. Het is alleen de koepelorganisatie die zichzelf moet hervinden. Op naar een NOvDB nieuwe stijl!

Kees Westerkamp (1966) is geen onbekende in de (inter)nationale doedelzakwereld. In zijn muzikale carrière is hij zowel lid geweest van HaFaBra-orkesten als doedelzakverenigingen, heeft hij verschillende bestuursfuncties bekleed en bands of gelegenheidsformaties opgericht. Lees meer over Kees

© Ministerie van Doedelzaken

Andere columns

Yentl Schattevoet: “we mogen trots zijn op onze doedelzakcultuur”

Yentl Schattevoet: “we mogen trots zijn op onze doedelzakcultuur”

In deze rubriek, speciaal voor onze nieuwsbrief, stellen we ieder kwartaal aan een speler van een Nederlandse Doedelzakband de vraag wat hij of zij zou doen als je een jaar lang Minister van Doedelzaken bent; wat wordt het belangrijkste actiepunt? Waar richt je je op? En wat is jouw belangrijkste wapenfeit als het jaar om is? In deze editie is het woord aan de Dreadlock Piper, Yentl Schattevoet:

Naar het conservatorium!

Naar het conservatorium!

De Nederlandse muzieksector, en in het bijzonder die van de Schotse doedelzakken, werd even opgeschrikt. Het begon als...