Ministerie van Doedelzaken

Column

Een jubileum, (g)een reden voor een feestje?

19 december 2023

Gefeliciteerd pipers en drummers van Nederland. In 2024 vieren we het 75-jarige bestaan van doedelzakbands in Nederland. Dat is een mooie mijlpaal want we hebben een hoop bereikt in al die jaren. Maar er is ook zeker reden voor zorg. Ik schat dat een aantal Nederlandse pipe bands binnen enkele jaren is verdwenen als ze niet wakker worden en enkele belangrijke ontwikkelingen onder ogen gaan zien. 

In 1949 voegde het Heerlens Politiemuziekcorps een groep pipers toe aan de band. De pipes kwamen uit Glasgow en de spelers kregen les van Schotse militairen die gelegerd waren in het Duitse Duisburg. Het eerste optreden was tijdens Koninginnedag, op 30 april 1950. De inspiratie voor de oprichting lag in de bevrijding van Heerlen door Schotse regimenten in september 1944. In de landelijke pers was er de nodige aandacht voor het Heerlens initiatief. Het trok waarschijnlijk ook de aandacht van andere Nederlanders die wel wat zagen in Schotse doedelzakmuziek. Een deel van de Nederlandse oprichters van pipe bands stond immers vooraan tijdens de optredens van Schotse en Canadees-Schotse militaire bands tijdens bevrijdingsparades. Later meldden de oprichters van andere Nederlandse doedelzakbands dat ze zich geïnspireerd voelden door hun bevrijders. 

In 1953 volgde de oprichting van de tweede Nederlandse pipe band, ditmaal in Tilburg. De Scotjes was aanvankelijk een jeugdband en werd bekend in heel Nederland. De (landelijke) kranten van de jaren vijftig en zestig schreven regelmatig over de optredens van de Tilburgse doedelzakbands. De jongelui waren ook meermaals op televisie te zien, wat veel publiciteit opleverde. Later hernoemde de band zich naar Dutch Pipes and Drums. Er volgden meer pipe bands naar Schots voorbeeld in Nederland. Een deel daarvan is alweer verdwenen, zoals de YMCA Pipe Band, The First Haarlem Pipe Band, The City Guards (Alkmaar) en de beide bands van The Boys Brigade (Amsterdam en Hoogkerk). Sommige bands houden het al lang vol zoals The Graham Lowlanders Pipes and Drums uit Leeuwarden (1972), Beatrix Pipe Band (1962), Concord Pipe Band (1975) en The Hague Highland Pipe Band (1972). Op moment van schrijven tellen wij als Ministerie van Doedelzakbands 34 pipe bands in ons land en dan rekenen we ‘vaste’ gelegenheidsformaties niet mee. 

We mogen als klein landje best trots zijn op wat we als pipe bands allemaal neerzetten. Door de bevrijding door Schotse en Canadese regimenten spelen doedelzakbands nog altijd een belangrijke rol tijdens herdenkingen. We hebben ook een grote taptoecultuur in Nederland. Naast de grote taptoes zoals die in Rotterdam (Nationale Taptoe), Delft, Roermond en Groningen hebben veel kleine plaatsen ook een eigen taptoe. Dat zijn waardevolle evenementen voor pipe bands en dat doen de landen om ons heen ons niet na! We kunnen prima samenwerken in massed pipes and drums en eigenlijk doen we dat nog veel te weinig. En enkele pipe bands, mijns inziens ook nog veel te weinig, spelen een flink deuntje mee op competitieniveau. Op evenementen in Frankrijk en Duitsland zijn pipe bands uit Nederland een graag geziene gast. En het hoogtepunt voor mij was Music Show Scotland, een Nederlandse muziekproductie die tussen 2007 en 2023 volle zalen trok in met name Duitsland, België en Nederland. Een geweldige promotie voor Schotse muziek en pipe bands in het bijzonder. 

Als ik een glazen bol zou hebben dan voorspel ik ten aanzien van de optredens geen teruggang de komende jaren. Ook na de 80e viering van de bevrijding, in 2025, blijven we de Tweede Wereldoorlog herinneren. Ik zie dat steeds meer doedelzakbands zelf initiatieven ontwikkelen om op te treden bij herdenkingen. Ik denk wel dat we ook naar andere type herdenkingen moeten kijken. Pipes lenen zich perfect, mits goed bespeeld, voor een herdenkingsdienst. Taptoes, corso’s en andere vormen van muziekevenementen en optochten blijven een beroep doen op pipe bands. Vooral omdat een pipe band marcheert. Veel lopende orkesten, zoals drumbands, fanfareorkesten en harmonieën zijn de laatste jaren verdwenen. 

Toch zijn er redenen om ons zorgen te maken. Op de eerste plaats omdat de Nederlandse doedelzaksector lijkt te vergrijzen. Het muzikaal kader bij diverse bands komt op leeftijd en de uitdaging voor de komende jaren is de overdracht van het leiderschapsstokje. Daarnaast vergrijzen enkele bands in ledensamenstelling. Harde cijfers over de leeftijdsopbouw zijn er niet, maar als ik de bands zo volg op sociale media, zie ik een hoop grijze hoofden. We moeten echt meer jeugd werven en dat is een hele uitdaging. Niet alleen heeft de jeugd andere interesses, alhoewel ik daar zelf vaak aan twijfel, we hebben het als pipe band sector sowieso wat moeilijker om onszelf te verkopen aan de jeugd. De voorsprong die we de afgelopen 75 jaar hadden, als muzikale vertegenwoordigers van de bevrijders, is bij de jeugd praktisch onbekend (uitzonderingen daargelaten). Zowel de afzonderlijke pipe bands als een landelijke koepelorganisatie moeten zich op de jeugd gaan richten want daar ligt echt de toekomst. Natuurlijk moeten we de senioren niet uit het oog verliezen. Muziek en verenigingsleven spelen een belangrijke rol in het ‘gezond ouder worden’. Op de tweede plaats moeten we ons meer gaan focussen op repertoirevernieuwing. Traditionele Schotse pipe band-muziek is leuk, maar het spelen van Green Hills of Tyrol, When the Battle is Over en Scotland The Brave is misschien te veel van het goede en lokt wellicht ook niet de juiste leden aan. Nieuw repertoire is te vinden in moderne muziek door een verbinding aan te gaan tussen pipe band en andere instrumenten, maar ook door het spelen van andere Schotse muziek. Er is zoveel moois! En dan kom ik meteen op mijn derde en laatste punt, de kwaliteit. We zullen meer moeten investeren in het adequaat opleiden van spelers. Dat begint natuurlijk bij een goed opgeleid muzikaal kader en deze mensen moeten het juiste overbrengen op de leden van de vereniging. En daar passen zaken bij als doelen stellen, opbouwende feedback, reflecteren en toetsvormen. Ten aanzien van dat laatste moeten we wellicht kijken naar nieuwe vormen van toetsing. 

Nog eens 75 jaar vooruit vraagt om risiconemers, innovatieve leden en mensen die erin geloven. Dat was in 1949 zo met de oprichting van de eerste Nederlandse doedelzakband, en ook bij degenen die in de jaren daarna pipe bands oprichtten. Als we niet durven, als we geen risico’s nemen, of als we niet vernieuwen, stopt het uiteindelijk voor iedere vereniging. Zie ik u bij het 80-jarig of 90-jarig jubileum?

Kees Westerkamp (1966) is geen onbekende in de (inter)nationale doedelzakwereld. In zijn muzikale carrière is hij zowel lid geweest van HaFaBra-orkesten als doedelzakverenigingen, heeft hij verschillende bestuursfuncties bekleed en bands of gelegenheidsformaties opgericht. Lees meer over Kees.

© Ministerie van Doedelzaken

Andere columns

De drum major als kerstboom van de doedelzakband?

De drum major als kerstboom van de doedelzakband?

Toen ik in 2015 stopte als lid van een pipe band, waar ik vijftien jaar drum major was geweest, dacht ik dat het met mijn carrière als ‘man met de stok’ snel zou zijn gedaan. Want wie had behoefte aan drum major zonder band? Maar ik had niet kunnen bedenken dat ik het als verenigingsloze drum major drukker zou krijgen dan ooit. Waarom ben ik elke keer het haasje? Is er een gebrek aan drum majors?

Maatschappelijk verantwoord schnabbelen

Maatschappelijk verantwoord schnabbelen

Kun je vandaag de dag nog met een goed geweten overal maar optreden? Spelen tijdens een evenement van een politieke partij was destijds bij mijn band niet toegestaan. Maar tijden veranderen en het verenigingsbeleid speelt een minder grote rol. Weegt jouw drang naar schnabbelen zwaarder dan je ethisch komas?

Hoera, geen competities meer!

Hoera, geen competities meer!

In het dagelijks leven ben ik werkzaam aan een hogeschool als docent en coördinator afstuderen. Als we net binnengekomen eerstejaarsstudenten vertellen dat ze geen tentamens meer hebben bij onze opleiding, springen ze een gat in de lucht. Want wie wil dat nu niet?