Ministerie van Doedelzaken

Column

Hoera, geen competities meer!

22 december 2022

In het dagelijks leven ben ik werkzaam aan een hogeschool als docent en coördinator afstuderen. Als we net binnengekomen eerstejaarsstudenten vertellen dat ze geen tentamens meer hebben bij onze opleiding, springen ze een gat in de lucht en gaat er door de klas een zucht van opluchting en tevredenheid rond. Want wie wil dat nu niet? Vier jaar lang geen tentamens. Niet meer stressen voor een schriftelijk of mondeling tentamen. Niet meer hoeven leren! Hoera!

Maar, schijn bedriegt natuurlijk. Want een belangrijk onderdeel van leren is toetsen. Of beter gezegd, belangrijke onderdelen van leren zijn feedback krijgen, reflecteren op je handelen en hierop getoetst worden. Met feedback van docenten, medestudenten en experts kun je je werk verbeteren. Met reflecteren op je eigen handelen en je eigen werk, kun je nog beter worden. En door middel van toetsing beoordelen examinatoren of je voldoet aan de vooraf opgestelde competenties, los van de waardevolle feedback die je krijgt. Een vergelijking met het spelen in een pipe band is snel gemaakt. Want een instrument leren spelen in een muziekvereniging vertoont natuurlijk overeenkomsten met het leren van een vak op school.

Onze studenten voeren projecten uit (al dan niet voor echte klanten), verzorgen demonstraties van hun werk en presenteren hun werk voor de broodnodige feedback op. Uiteindelijk vindt er altijd een eindtoets plaats waar examinatoren beoordelen of de student voldoet aan de vooraf opgestelde competenties, vastgesteld door het landelijk overleg van opleidingen. Zo’n toets kan in de vorm van een verslag, een presentatie, een criterium gericht interview en natuurlijk een schriftelijk tentamen.

Maar we hebben er voor gekozen om de toetsvorm tentamen niet meer in te zetten. Dus studenten die aan het begin van het eerste studiejaar de indruk krijgen dat ze zonder tentamens niet getoetst worden, komen bedrogen uit. Want, toetsing is belangrijk als meetpunt voor wat je geleerd hebt. Die meetpunten vinden plaats tijdens de studie en aan het einde van de opleiding. Dat laatste meetpunt geeft je feedback en een diploma of certificaat. En dat is weer het startpunt van een nieuw leerproces. In veel organisaties, ook hogescholen, wordt de PDCA-cyclus van William Deming gebruikt om het leren en toetsen vorm te geven. Deze kwaliteitscirkel van Deming behandelt vier onderdelen die gebruikt worden om een organisatie, en de mensen daarbinnen, te verbeteren. Met Plan kijk je naar de huidige situatie en stel je verbeterdoelen op. Met Do voer je het verbeterplan uit. Met Check meet je de resultaten en bekijk je of verbeterdoelen zijn behaald en met Act stel je de plannen bij.

 

“Stilstand dreigt, of in het slechtste geval achteruitgang”

Iedereen die een vak op een bepaald niveau wil uitoefenen en de kwaliteit van het werk en het persoonlijk handelen wil verbeteren, ontkomt niet aan het ontvangen van feedback, reflecteren en toetsen. Mijns inziens is dat voor een muziekvereniging of een individuele piper, drummer of drum major niet anders. Doe je dat niet, dan dreigt stilstand of in het slechtste geval achteruitgang. Een bestuur zou de PDCA-cyclus kunnen gebruiken als beleidsinstrument om die kwaliteitsverbetering van de doedelzakband en haar spelers vorm te geven. Competities voor doedelzakbands en solospelers zijn een ideaal middel om te werken aan die kwaliteitsverbetering.

Zo lang al ik rondloop in de doedelzakwereld heb ik competities bezocht en er aan deelgenomen. Ze zijn voor mij altijd een belangrijk instrument geweest om feedback te verkrijgen van experts en medespelers. Ik kon daarmee controleren of mijn opgestelde doelen waren behaald. Ook boden ze me de gelegenheid om te reflecteren op mijn handelen en nieuwe doelen te stellen. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat ik een groot voorstander ben om met een pipe band of als individuele speler regelmatig aan een competitie deel te nemen. Daarbij komen ook de voordelen dat een competitie ongelooflijk belangrijk is voor je muzikale netwerk, de binding met de doedelzakwereld en de mogelijkheid om met leveranciers te praten en nieuwe spullen te ontdekken of te kopen.

Ik loop sinds begin jaren negentig rond in de Nederlandse doedelzakwereld en heb het altijd erg jammer gevonden dat een groot deel van de pipe bands de voordelen van competities niet ziet als onderdeel van een kwaliteitsverbetering voor de band als geheel en afzonderlijke spelers. Welke vorm je ook kiest, een bandcompetitie, een miniband competitie of een solocompetitie, ik ben er van overtuigd dat het een krachtig middel is om feedback te verkrijgen, te reflecteren en/of te kijken of je muziek maakt op een bepaald niveau. ‘Muziek maken met plezier’ kan samengaan met ‘Muziek maken met kwaliteit’. Een kwaliteitsplan verdienen de leden van je band en is onderdeel van je professionaliteit als bestuurslid of muzikale leiding om die kwaliteitsverbetering vorm te geven. En net als in het onderwijs is de competitie als ‘toets’ een middel en nooit een doel. Tenzij die toets wordt ingezet om een certificaat te behalen, maar zelfs dat kan weer een startpunt zijn voor een nieuw leertraject om de kwaliteit te verbeteren.

Je kunt als band beginnen door tussentijds feedback te vragen. Bijvoorbeeld door een expert op het gebied van piping, drumming, uniform of marching te vragen langs te komen tijdens een workshop of een wekelijkse repetitie. Je kunt spelers aanmoedigen om naar workshops en cursussen te gaan in Nederland bij Piping school of the Netherlands, in Duitsland (jaarlijks vinden er succesvolle summer en winter schools plaats) of in Schotland bij het Piping Centre in Glasgow. Je kunt spelers op het spoor zetten van solocompetities. Ook kun je leden aanbevelen om bepaalde ‘vakliteratuur’ zoals boeken, dvd’s, YouTube video’s en artikelen te raadplegen om van te leren. Gebruik een pipe band competitie als leuke dag uit voor de hele vereniging en een belangrijke manier om formele feedback verkrijgen in de vorm van een toets. Bij de bands die ik ken en die al jaren regelmatig naar competities gaan, roepen de leden juist hoera als een wedstrijd op de agenda staat. Het zijn allemaal bands die ik in de afgelopen jaren heb zien groeien in kwaliteit, maar ook in ledenaantal. En deelname aan competities heeft aan die groei een belangrijke bijdrage geleverd.

Dus tot ziens op bijvoorbeeld de NOvDB Continentals of NOvDB Miniband Competities, de BAG Competities in het Duitse Peine, Bremen of Goch en/of het Schots Weekend in Alden Biesen.

Kees Westerkamp (1966) is geen onbekende in de (inter)nationale doedelzakwereld. In zijn muzikale carrière is hij zowel lid geweest van HaFaBra-orkesten als doedelzakverenigingen, heeft hij verschillende bestuursfuncties bekleed en bands of gelegenheidsformaties opgericht. Lees meer over Kees

© Ministerie van Doedelzaken

Andere columns

De drum major als kerstboom van de doedelzakband?

De drum major als kerstboom van de doedelzakband?

Toen ik in 2015 stopte als lid van een pipe band, waar ik vijftien jaar drum major was geweest, dacht ik dat het met mijn carrière als ‘man met de stok’ snel zou zijn gedaan. Want wie had behoefte aan drum major zonder band? Maar ik had niet kunnen bedenken dat ik het als verenigingsloze drum major drukker zou krijgen dan ooit. Waarom ben ik elke keer het haasje? Is er een gebrek aan drum majors?

Een jubileum, (g)een reden voor een feestje?

Een jubileum, (g)een reden voor een feestje?

Gefeliciteerd pipers en drummers van Nederland. In 2024 vieren we het 75-jarige bestaan van doedelzakbands in Nederland. Dat is een mooie mijlpaal want we hebben een hoop bereikt in al die jaren. Maar er is ook zeker reden voor zorg. Ik schat dat een aantal Nederlandse pipe bands binnen enkele jaren is verdwenen als ze niet wakker worden en enkele belangrijke ontwikkelingen onder ogen gaan zien.

Maatschappelijk verantwoord schnabbelen

Maatschappelijk verantwoord schnabbelen

Kun je vandaag de dag nog met een goed geweten overal maar optreden? Spelen tijdens een evenement van een politieke partij was destijds bij mijn band niet toegestaan. Maar tijden veranderen en het verenigingsbeleid speelt een minder grote rol. Weegt jouw drang naar schnabbelen zwaarder dan je ethisch komas?