Ministerie van Doedelzaken

Column

Yentl Schattevoet: “we mogen trots zijn op onze doedelzakcultuur”

27 juni 2022

In deze rubriek, speciaal voor onze nieuwsbrief, stellen we ieder kwartaal aan een speler van een Nederlandse Doedelzakband de vraag wat hij of zij zou doen als je een jaar lang Minister van Doedelzaken bent; wat wordt het belangrijkste actiepunt? Waar richt je je op? En wat is jouw belangrijkste wapenfeit als het jaar om is? In deze editie is het woord aan de Dreadlock Piper, Yentl Schattevoet:

“Als ik Minister van Doedelzaken zou zijn…”

We vergeten in Nederland soms hoe ongelooflijk bijzonder het is dat we zo’n levendige Schotse doedelzakcultuur hebben en dat dit niet mogelijk zou zijn geweest zonder de jarenlange inspanningen van pioniers en initiatieven van verenigingen en organisaties. Mijn stelling als Minister van Doedelzaken is dan ook dat we – zelfs als nuchtere Nederlanders – enorm trots mogen zijn op onze doedelzakcultuur. Hoe vanzelfsprekend we het ook mogen vinden dat we de wekelijkse repetitieavond bezoeken of elk seizoen een laaglandse competitiecirkel binnen marcheren, het is uniek. Het zijn de vruchten van persoonlijke daadkracht, samenwerking op lokaal en nationaal niveau en waardevolle internationale connecties. Als Minister zou ik alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat deze driepoot het stevige fundament blijft vormen die verbonden wordt door de gedeelde liefde voor doedelzakmuziek.

“Hoe vanzelfsprekend we het ook mogen vinden dat we de wekelijkse repetitieavond bezoeken of elk seizoen een laaglandse competitiecirkel binnen marcheren, het is uniek.”

In Schotland is de doedelzakcultuur uiteraard ingebakken en toen ik tijdens mijn studie een klein jaar in Edinburgh woonde heb ik daar volop van mogen genieten. Daar realiseerde ik me hoe bijzonder het is dat we in Nederland zo’n rijke pipe band cultuur hebben die niet zo heel erg veel verschilt van de Schotse. Pas toen ik naar Bulgarije emigreerde – eveneens een doedelzakland – merkte ik dat het ook anders kan. De liefde voor het instrument is in overvloede aanwezig, maar dan vooral voor het eigen nationale instrument, de (kaba) gaida. In Bulgarije naar de Schotse doedelzak zoeken is als een speld in een hooiberg. Het oprichten van een Schotse pipe band aldaar liep helaas op niets uit en voor aspirant pipers bleek de Schotse doedelzak leren spelen toch uitdagender dan gedacht. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en dus besloot ik om als letterlijke lone piper de liefde voor de Schotse doedelzak in het Zuidoost-Europese land te verspreiden. Zo werd ik van bandspeler ineens puur en alleen een solo piper onder de naam Dreadlock Piper. Voor de gemiddelde Bulgaar is de Schotse doedelzak een vreemde eend in de bijt, maar de positieve fascinatie voor het instrument blijft. Toen ik laatst live in het televisieprogramma Na Kafe (de Bulgaarse Koffietijd) de klanken van de Schotse doedelzak ten gehore bracht, werd me na een enthousiast onthaal meteen gevraagd of ik ook wel eens geprobeerd had om de gaida te spelen. Zo’n ‘exotische’ Schotse doedelzak is leuk, maar voor hen gaat er niets boven de Bulgaarse variant. Daar waar in Nederland een Schotse doedelzakcultuur kon ontstaan naast een marginale interesse in bijvoorbeeld de inheemse Vlaams-Nederlandse pijpzak, zie ik in Bulgarije nog niet zo snel een opmars van de Schotse doedelzak, laat staan van traditionele Schotse pipe bands. Misschien is er een zaadje geplant…

Ongeacht de verschillende verschijningsvormen van het instrument zijn mensen overal ter wereld gefascineerd door het fenomeen doedelzak. Maar wat maakt Nederland nou zo verzot op de Schotse doedelzak, terwijl Bulgarije alleen spontaan een horo gaat dansen bij het horen van een gaida? Het heeft waarschijnlijk te maken met het verloop van de geschiedenis waarbij vooral het Romantisch nationalisme van de achttiende en negentiende eeuw van grote invloed is geweest. Waar de pijpzak in de Moderne tijd geen centrale betekenis heeft gekregen voor het Nederlandse nationale gevoel, zijn de Schotse doedelzak en de Bulgaarse gaida als gevierd nationaal instrument krachtige symbolen van de nationale identiteit. Om de proef op de som te nemen: loop een willekeurige toeristenwinkel binnen in Schotland, Bulgarije en Nederland en je zult prularia vinden met respectievelijk doedelzakken, gaida’s en… nou ja, hooguit waterpijpen, maar geen pijpzakken. De geschiedenis van de doedelzak in Nederland liep anders en is niet verbonden met onze nationale identiteit. Van oudsher associëren we de doedelzak meer met bijvoorbeeld de Schotse bevrijders van onze streken. Met het verstrijken van de jaren raakt die directe herinnering aan de daden van Schotse soldaten misschien in vergetelheid, maar doordat een traditie van herdenking in ere wordt gehouden blijft deze herinnering voortleven. Als leden van doedelzakbands maken we in Nederland actief deel uit van deze levende traditie wanneer we bijvoorbeeld meelopen in een herdenkingsmars. Sterker nog, het komt geregeld voor dat Nederlandse pipers en drummers hun eerste kennismaking met de doedelzak hebben gehad tijdens zo’n herdenkingsevenement – vaak liefde op het eerste gezicht. De betoverende klanken van het Schotse nationale instrument zijn daarmee niet alleen deel van een overkoepelende Nederlandse herinneringscultuur, maar ook van de persoonlijke levensgeschiedenis van musici.

wat maakt Nederland nou zo verzot op de Schotse doedelzak, terwijl Bulgarije alleen spontaan een horo gaat dansen bij het horen van een gaida?

In dit licht bezien zijn de herinneringscultuur en doedelzakcultuur in Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vormen niet alleen een brug tussen ons land en Schotland, maar ook tussen het verleden en het heden. Zo is de doedelzak een instrument van verbinding. Lokale pipe bands vormen de spil binnen de Nederlandse doedelzakwereld die op haar beurt weer verbonden is aan de Schotse cultuur. De doedelzak is op haar beurt een instrument van uiteenlopende verschijningsvormen door tijd en ruimte. Ze overstijgt landsgrenzen en tegelijkertijd verbreedt ze culturele horizonten. Zoals we gezien hebben is het ene doedelzakland het andere niet. Het cultiveren van een levendige Schotse doedelzakcultuur buiten Schotland is een vuur dat iedere piper en drummer brandend houdt; bij elke individuele oefensessie of bandrepetitie, bij elk optreden of competitie, bij elke samenwerking op lokaal, nationaal of internationaal niveau. Mijn devies als Minister van Doedelzaken is dan ook: laten we voorwaarts stappen in de voetsporen van hen die vóór ons gingen om herinneringen van het verleden voort te laten leven in de toekomst door de Schotse doedelzakcultuur in Nederland met trots uit te dragen.

Yentl Schattevoet (1988) begon in 2005 met doedelzak spelen bij de Venlo Caledonian Pipe Band (voorheen MacLaren Pipe Band) waar ze jarenlang meespeelde met optredens en competities. Tijdens haar studie Religiewetenschappen heeft ze een jaar aan de University of Edinburgh gestudeerd. Met de Stockbridge Pipe Band verzorgde ze aldaar optredens en deed mee aan competities. In 2016 verhuisde ze naar Sofia en begon – in eerste instantie uit noodzaak, omdat er geen Schotse pipe bands zijn in Bulgarije – als solo piper onder de naam Dreadlock Piper. Ze speelde o.a. op evenementen van de Britse ambassade in Sofia, een fantasy festival in Plovdiv en was live te zien (en horen) in een Bulgaars televisieprogramma. Nu ze sinds kort terug verhuisd is naar Nederland, begint het te kriebelen om zich weer aan te sluiten bij een van de vele doedelzakbands die Nederland rijk is. 

© Ministerie van Doedelzaken

Andere columns

Naar het conservatorium!

Naar het conservatorium!

De Nederlandse muzieksector, en in het bijzonder die van de Schotse doedelzakken, werd even opgeschrikt. Het begon als...