Ministerie van Doedelzaken

Column

Een nationale jeugdband. Een klein idee, een groot effect!

13 augustus 2026

Het is eigenlijk bizar dat Nederland geen nationale jeugddoedelzakband heeft. Een gemiste kans voor zowel de pipe bands als de jeugd in ons land. Zo’n initiatief kan bijdragen aan het vergroten van het aantal jonge bandleden én aan het ontwikkelen van het toekomstige muzikale kader binnen Nederlandse pipe bands. Daarnaast kan het een bescheiden bijdrage leveren aan de gezondheid en sociale ontwikkeling van jongeren.

Jongeren en muziek houden me al jaren bezig. De basis daarvoor werd gelegd in mijn jeugd. Ik kom uit een muzikale familie, althans van mijn moeders kant. Mijn oom en moeder speelden vroeger een muziekinstrument. Mijn opa had een aardige collectie langspeelplaten en trad op als DJ op kleine feesten. Muziek werd mij met de paplepel ingegoten. Ik had al vroeg een eigen pick-up om plaatjes te draaien en zelfs een bandrecorder. Met dat laatste apparaat maakte ik mijn eigen muziekprogramma’s: ik nam plaatjes op en vertelde tussendoor iets. De spoelen die ik vulde met muzikale en gesproken content liet ik trots horen aan familieleden.

In 1979, ik was toen veertien, werd ik lid van de lokale drumfanfare en leerde ik trommelen. Later volgden lessen in het bespelen van de concertpauken en accordeon. Dat liep parallel aan het muziekonderwijs op de middelbare school: iedere week muziekles, zowel praktijk als theorie. Al moet ik eerlijk bekennen dat het lidmaatschap van de diverse muziekverenigingen én mijn wekelijkse bezoeken aan de Utrechtse Muziekschool mij meer muzikale ervaring brachten dan dat ene uurtje muziekles op school. Daarnaast was ik op jonge leeftijd al actief in commissies en verenigingsbesturen.

Het geheel aan muziekonderwijs op school, bij de vereniging en in mijn eigen tijd, heeft mij op jonge leeftijd geen windeieren gelegd. Net als bij leeftijdsgenoten die veel met muziek bezig waren, heeft het een belangrijke bijdrage geleverd aan mijn sociale ontwikkeling en organisatorische ervaring. Bovendien zorgde het voor een groot netwerk en vele bijzondere muzikale momenten: op achttienjarige leeftijd met het orkest naar Noorwegen voor een concertreis, of deelname aan taptoes en evenementen door heel Nederland. Een geweldige hobby. Veel van die jongeren van toen spelen nog steeds, geven les of vervullen muzikale of bestuurlijke functies binnen een orkest.

Hoewel het in mijn jeugd niet bepaald hip was om lid te zijn van de plaatselijke fanfare of harmonie, speelde muziek in verenigingsverband een veel centralere rol dan tegenwoordig. De laatste jaren holt het aantal jeugdleden bij muziekverenigingen achteruit. Dat komt deels door de bezuinigingen op kunst en cultuur door kabinet Rutte I vanaf 2011. Maar ook de pandemie heeft haar sporen nagelaten, die voor een aantal verenigingen zelfs het einde betekende. Het werven van jeugdleden werd belangrijker, en enkele Nederlandse pipe bands pakten dat gelukkig op. Ik schreef hier al eerder een column over. Maar de vooruitzichten zijn niet goed: (privé)muziekonderwijs is duur, het aantal muziekscholen is flink gedaald en muziekverenigingen hebben problemen, hoewel de daling van het aantal jonge leden niet overal te zien is. Sprekend was ook het nieuws van afgelopen maand dat het aantal Nederlandse jongeren op de conservatoria is gedaald, evenals de deelname van Nederlandse jeugdorkesten aan het Wereld Muziekconcours in Kerkrade.

Waar het wél goed gaat, is in Schotland. Een mooi voorbeeld is het project van de ‘Scottish Schools Pipes and Drums Trust’. De afgelopen jaren zijn op diverse scholen doedelzakbands opgericht. Aanleiding was het feit dat Schotse jongeren op de meeste scholen geen onderwijs konden volgen in het bespelen van de doedelzak, het nationale instrument nota bene, of in de Schotse drumtechniek. Er kwam geld voor een muziekprogramma en voor het aantrekken van professionele instructeurs. Een bekend voorbeeld is de ‘Preston Lodge High School Pipe Band’ in Prestonpans, bij Edinburgh. De school heeft inmiddels drie pipe bands.

In december 2025 maakte de school bekend dat er onderzoek was gedaan naar het effect van muziekonderwijs en deelname aan de schoolband op studieresultaten. Uit de studie, die tien jaar besloeg en 78 deelnemers volgde, bleek dat jongeren die lid waren van de schooldoedelzakband betere studieresultaten hadden dan leerlingen die geen lid waren. Ook was er een positief verschil ten opzichte van de landelijke studieresultaten. Wie de band kent, weet dat diverse jongeren inmiddels zijn doorgestroomd naar andere pipe bands. Een aantal pipers en drummers doet bovendien mee in het Schotse competitiecircuit. Het project van de Scottish Schools Pipes and Drums Trust heeft daaraan een belangrijke bijdrage geleverd.

Als we het tij in Nederland niet keren, zijn de gevolgen op den duur groot. Wie zich niet richt op het binnenhalen van jeugd, doet zichzelf als vereniging tekort. En het ontneemt jongeren een waardevolle kans om zich te ontwikkelen. Want als de doedelzakband van nu geen jeugd heeft, ontbreken straks niet alleen de spelers, maar ook de toekomstige muzikale en bestuurlijke leiders. Wie nu investeert in jeugd, investeert in de vereniging van de toekomst.

Een nationale Nederlandse jeugddoedelzakband kan hierin een belangrijke rol spelen. Het biedt jeugdspelers van afzonderlijke bands een plek om leeftijdsgenoten te ontmoeten in een sociale en muzikale context. Een plek waar jongeren kunnen experimenteren met repertoire. En vooral een plek waar gebouwd wordt aan het muzikale kader van de toekomst. Een lokale pipe band kan dit mijns inziens onvoldoende bieden, en daarom pleit ik voor een nationaal project. Nederland heeft, dankzij de korte afstanden en het nog bestaande muzikale kader, potentie om zo’n nationale jeugdband op te zetten. Naar het voorbeeld van onze oosterburen: in Duitsland bestaat al enkele jaren een nationale jeugddoedelzakband. De leden komen een aantal keer per jaar samen om te ontmoeten en te leren. Tijdens het concert brengen de jongeren het geleerde in praktijk. Ook trad de National Youth Pipe Band of Germany al eens op in Schotland. Het betekent niet alleen met de jeugd samenkomen om te repeteren en optredens te verzorgen. Het vraagt ook een andere aanpak zo’n pipe band aantrekkelijk kan maken. De al eerder genoemde Preston Lodge High School Pipe Band doet dat bijvoorbeeld met niet-muzikale sociale activiteiten. Ook een Duitse doedelzakband organiseert voor haar jeugdleden activiteiten waar niet de muziek maar het sociale element voorop staat.

Nu Nederland nog. Laten we de jeugd niet vergeten. Anders raken we niet alleen de jeugd kwijt voor de Nederlandse pipe bands, maar verdwijnen er ook doedelzakbands. Dat zou zonde zijn voor de mooie muziek en de band die we al decennia- en eeuwenlang hebben met de doedelzak en Schotland. En hopelijk helpen we de jongeren die we aantrekken ook een beetje met hun gezondheid en hun sociale en muzikale ontwikkeling. 

Kees Westerkamp (1966) is geen onbekende in de (inter)nationale doedelzakwereld. In zijn muzikale carrière is hij zowel lid geweest van HaFaBra-orkesten als doedelzakverenigingen, heeft hij verschillende bestuursfuncties bekleed en bands of gelegenheidsformaties opgericht. Lees meer over Kees.

© Ministerie van Doedelzaken

Andere columns

Knagen aan de stoelpoten van de vereniging?

Knagen aan de stoelpoten van de vereniging?

Gelegenheidsformaties winnen terrein in de Nederlandse doedelzakwereld. Ze bieden vrijheid, speelplezier en nieuwe kansen, maar schuren ook met het traditionele verenigingsleven. Wat betekent dit voor kwaliteit, repertoire en de toekomst van bestaande bands?

Een vergeten bandlid

Een vergeten bandlid

Als drum major zie ik hoe onmisbaar bandstewards zijn. Ze zorgen voor veiligheid, hulp en orde tijdens optredens, maar krijgen vaak te weinig aandacht. Met wat basisopleiding, herkenbare kleding en goede voorbereiding kunnen ze een groot verschil maken. Ik geloof echt dat dit de kwaliteit én veiligheid van onze optredens verbetert. En dat is het meer dan waard.

Weg met de kilt!

Weg met de kilt!

De aankoop van het banduniform, zoals de kilt, jacket, sporran, ghillie broques, kilt hose en glengarry, is een flink deel van een jaarlijkse bandbegroting. Toch begin ik me steeds meer af te vragen waarom bepaalde bands nog haar leden nog in kilt en toebehoren steken.