Op 25 november vierde Suriname dat het vijftig jaar geleden, in 1975, onafhankelijk werd van Nederland. Na bijna driehonderd jaar een kolonie van Nederland te zijn geweest, maakte Suriname vanaf de onafhankelijkheidsdag geen deel meer uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Ter gelegenheid van de feestelijkheden rondom 50 jaar onafhankelijkheid, reisden vier doedelzakspelers van Saint Andrews Pipe Band uit Rotterdam naar Suriname. Ministerie van Doedelzaken sprak met voorzitter Matthy van Klaveren over hoe de reis tot stand kwam.
Het is historisch niet te achterhalen of de leden van de Saint Andrews Pipe Band uit Rotterdam de eerste doedelzakspelers waren die ooit in Suriname speelden. Schotten vestigden zich immers al eeuwen geleden in de kuststreek die nu onder meer Suriname en Guyana omvat. De Engelsen en Schotten stonden destijds niet al te goed bekend bij de lokale bevolking. Dit kwam onder meer door hun rol op de katoenplantages en het hardhandige optreden tegen arbeiders, veelal tot slaaf gemaakten. Maar de Rotterdammers in kilt en met doedelzak waren in november van harte welkom.
Met TRIS-veteranen mee naar Paramaribo
“De reden hiervoor heeft eigenlijk te maken met onze vriendschap met veteranen van de TRIS, de voormalige Troepenmacht in Suriname”, aldus Matthy van Klaveren, voorzitter en pipe sergeant van de Rotterdamse doedelzakband. “Tijdens optredens voor veteranen in Nederland kwamen we regelmatig voormalige militairen van de TRIS tegen. Dit Nederlandse legeronderdeel, ontstaan in 1868, zorgde onder andere voor de veiligheid in Suriname. Door hun aanwezigheid kregen ze veel waardering van de lokale bevolking. In 1975 werd de TRIS opgeheven, maar de veteranen bleven elkaar ontmoeten tijdens reünies en veteranendagen. Er bestaat zelfs een TRIS-museum in Zwijndrecht. Onze band werkte onder meer mee aan de veteranendagen in Ridderkerk en Zwijndrecht in juni 2025. Tijdens een van die evenementen ontstond het idee om spelers te leveren voor de parade ter gelegenheid van vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid in Paramaribo op 25 november. Vier leden van de band waren bereid om naar Suriname te reizen. We studeerden speciaal voor de feestelijkheden het Surinaamse volkslied in.”

Bron: Saint Andrews Pipe Band
Doedelzakspelen boven de Atlantische Oceaan
De doedelzakspelers van de Rotterdamse band pakten hun uniform en instrument in en vertrokken samen met de TRIS-veteranen naar Suriname. Het werd een bijzondere reis voor Jako Stoter, Mick van Dormolen, Dirk van der Plats en Matthy van Klaveren. “Het feest begon al tijdens de vlucht met Surinam Airways. We hadden besloten om in kilt te reizen en de doedelzak ging mee als handbagage. We trokken veel bekijks en werden door de stewardess gevraagd om tijdens de vlucht, boven de Atlantische Oceaan, muziek te maken. Dat viel niet mee met de luchtdruk”, aldus Matthy van Klaveren.
Veel enthousiasme onder de toeschouwers
“Tijdens ons verblijf in Suriname traden we op diverse plekken op. We speelden bij het TRIS-monument bij Fort Zeelandia en bij het Slavernijmonument, beide in Paramaribo. We hadden ook een bijzonder optreden bij een asuitstrooiing van twee veteranen. De vier doedelzakspelers bezochten ook Guyana, waar eveneens werd opgetreden. Maar het hoogtepunt was toch wel de militaire parade tijdens Srefidensi Dey, zoals de onafhankelijkheidsdag in Suriname wordt genoemd (opmerking redactie: Srefidensi betekent zelfbestemming). Hierbij begeleidden we de veteranen van de Troepenmacht in Suriname, of de ‘Jantjes’, zoals de Surinaamse bevolking de Nederlandse jongens noemde. De parade begon zo’n tweeënhalf uur te laat, maar het feest was er niet minder om. Er was veel enthousiasme onder de toeschouwers en we moesten vaak op de foto met het publiek en de deelnemers. We kijken terug op een paar bijzondere dagen.”

Foto: Matthy van Klaveren


