De in Maarssen woonachtige Aart Dersjant heeft vorig jaar voor het eerst meegespeeld met de Bretonse Band Bagad Roñsed-Mor. Deze band bestaat uit pipers, bombarde spelers, percussionisten en drummers. Dit jaar vervolgde hij zijn muzikale reis bij de band en won 14 maart jl. het concours in het Franse St. Brieuc. Dit was de eerste keer in twee decennia dat deze bagad een concours won, en dat maakte deze ervaring extra bijzonder voor Aart.
Vanzelfsprekend is het niet voor een Nederlandse piper om bij een Bretonse bagad te spelen. Op het concours zijn de Fransen ook vrij verbaasd als ze een andere taal dan Frans, Bretons of hier en daar Engels horen, vaak met een Schots accent. Toch is dit iets wat Aart Dersjant al langere tijd wilde doen: “Ik heb altijd al een zwak gehad voor de Bretonse muziek, die zeer muzikaal en naar mijn gevoel vaak vernieuwender is dan de ietwat traditionele en stijve pipe band wereld. Het leek me dus eigenlijk al best lang leuk om ooit bij een bagad te gaan spelen.”
“Toen ik zag dat Roñsed-Mor in 2024 meedeed aan de pipe band competitie in Alden Biesen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en eens te vragen of ik eens met ze mee mocht spelen. Na contact te hebben gelegd en iets meer duidelijkheid te hebben gegeven over mijn speelverleden, was ik welkom om het te komen proberen. Dat heb ik in 2025 dus voor het eerst gedaan.” Aart speelt op dit moment bij Concord Pipe Band en heeft voorheen bij o.a. Beatrix Pipe Band, Antwerp and District Pipe Band en City of Discovery Pipe Band gespeeld.
“Het was erg hard werken en om eerlijk te zijn redde ik het maar net om mee te kunnen spelen. Alles was natuurlijk nieuw en in het Frans, een taal die ik eigenlijk nauwelijks spreek. Ook had ik het niveau van de band misschien wat onderschat. Dus besloot ik dat ik dit jaar graag terug wilde komen om met wat meer ervaring en op een relaxtere manier mee te kunnen spelen. Maar dat blijft moeilijk als gastspeler. De eerste twee repetitieweekenden waren nog steeds vrij zwaar. Als gastspeler heb je namelijk toch een kleine achterstand op de rest. Dat kon ik maar deels compenseren door thuis veel te repeteren.”

Gewonnen, maar nog geen kampioen
Op 14 maart 2026 heeft Bagad Roñsed-Mor het concours in St. Brieuc gewonnen. Dat betekende veel voor de band: “We spelen met Roñsed-Mor in de 1e categorie, de graad 1 voor bagads. Dat betekent dus dat we tegen bekende bands als Bagad Cap Caval en Bagad Kemper spelen. Dit is de eerste keer sinds 2006 dat Roñsed-Mor een concours wint.
In de band zijn heel veel mensen die hard hebben gewerkt om het niveau langzaam op te bouwen, zodat ze weer in de top mee kunnen doen. Inmiddels eindigt Roñsed-Mor eigenlijk bijna standaard in de top 4, maar winnen was dus al twee decennia niet gelukt.”
Tekst gaat verder onder de video.
© France 3 Bretagne
“Op 14 maart vielen de puzzelstukjes in elkaar en lukte het dus weer. Dat is voor al die mensen die zo veel tijd in de band hebben gestoken een gigantische beloning. Ik heb eigenlijk alleen maar het geluk gehad dat ik op het goede moment toevallig mijn wagonnetje aan deze trein heb gehaakt.”
De band gaat proberen om komende zomer in Lorient ook weer een goed resultaat te halen. Als dat lukt, kan Roñsed-Mor Bretons kampioen worden. Het Bretonse kampioenschap wordt bepaald door de gecombineerde resultaten uit St. Brieuc en Lorient. Ook Aart is van plan weer mee te spelen om misschien wel als eerste Nederlandse piper Bretons kampioen te worden.
Hoe werkt dat eigenlijk, zo’n Bagad concours?
Pipe band competities zijn vrij bekend in Nederland, maar hoe een bagad competitie werkt, weten de meeste Nederlandse pipers en drummers niet. Aart legt hierover uit:
Net als bij pipe bands, hebben de bagads vier graden, die ze categorieën noemen. Daarbij is de 1e categorie het hoogste niveau en de 4e het laagste. Het niveau van piping en drumming in de top van de 1e categorie kun je vergelijken met dat van goede graad 2 pipe bands. De top-bagads die ook wel eens pipe band competities in Schotland spelen, kunnen meestal goed meekomen in graad 2 en doen vaak ook mee voor de prijzen. Cap Caval heeft in het verleden ook in graad 1 gespeeld.
Het niveau van piping en drumming onderaan de 1e categorie kun je denk ik wel vergelijken met graad 3B. In de 2e categorie wordt het niveau natuurlijk weer wat lager en in de 3e en 4e categorie spelen vooral bagadig. Dat zijn opleidingsbands van de bagad waarin vaak veel jeugd speelt.
Bagads hebben ieder jaar maar twee belangrijke competities, vergelijkbaar met de majors in Schotland. Ze studeren voor iedere competitie een volledig nieuwe set in. Die set wordt maar een keer gespeeld op een competitie en wordt daarna hooguit nog gebruikt voor optredens. Dit is ook de reden dat er slechts twee majors zijn; meer zou simpelweg te veel werk zijn.
De eerste major wordt gehouden rond februari/maart en is een indoorcompetitie. Dit jaar werd deze in St. Brieuc gehouden en vond voorheen meestal plaats in Brest. Voor deze competitie wordt een aparte regio van Bretagne aangewezen waaruit de muziek gespeeld moet worden (terroir). Bagads worden vervolgens beoordeeld op hun interpretatie van dit terroir door juryleden die zelf uit die regio afkomstig zijn.
De tweede competitie vindt altijd plaats in de zomer tijdens Festival Interceltique in Lorient. Hier is geen terroir en de bands zijn dus vrijer in wat ze mogen spelen. Er is wel een regel die voorschrijft dat een minimaal percentage van de muziek uit Bretagne afkomstig moet zijn (ik geloof dat dat ongeveer 70% is). De optelsom van de resultaten van deze twee wedstrijden bepaalt uiteindelijk wie dat jaar Bretons kampioen wordt.
De jurering werkt ook anders dan bij pipe bands. Voor een concours zijn er 14 juryleden. De verdeling is al volgt:
twee juryleden voor iedere instrumentsectie ( piping, bombardes, batterie (snaredrummers) en tot slot percussion, het overige slagwerk), drie juryleden voor het ensemble en drie juryleden voor terroir. Die laatste drie spelen dus alleen bij de indoorcompetitie een rol , in Lorient zijn dit ensemble juryleden.
De juryleden geven geen rangorde, maar een gewogen score. De gedachte hierachter is dat een simpele rangorde niet altijd eerlijk wordt gevonden. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de top 3 erg dicht op elkaar ligt, terwijl nummer 4 een stuk minder was. In een rangorde is dat verschil niet goed zichtbaar, maar met het puntensysteem valt dit wel duidelijk te maken.
De minimale score die een jurylid kan geven is 11 en de maximale score 18. Dat vind ik zelf een wat vreemde schaal, maar ik heb me laten vertellen dat dit historisch zo gegroeid is. Juryleden bepalen de scores die ze aan een band willen geven en mogen geen twee bands dezelfde score geven. De uiteindelijke score is het gemiddelde van de resultaten van alle 14 juryleden.
Klik om uit te vouwen
Zo anders dan een Schotse pipe band?
Er wordt misschien gedacht dat bagads en pipe bands totaal verschillend zijn, maar hoewel er verschillen zijn, zijn er ook overeenkomsten: “De grootste overeenkomst voor een piper is denk ik dat alle principes die gelden voor het stemmen van een pipesectie niet veel anders zijn voor een bagad dan voor een pipe band. Het blijven doedelzakken, die allemaal hetzelfde werken.”
“Een groot verschil ten opzichte van pipe bands, is dat je in een veel groter ensemble speelt met een veel diverser instrumentarium. Daarnaast staat er een penn-soner voor de groep, een soort conducteur of dirigent, die de hele bagad muzikaal leidt.”
“In een pipe band sta je eigenlijk altijd in een cirkel naar elkaar toe, terwijl je in een bagad in concertopstelling speelt. Hier moest ik in het begin aardig aan wennen, want omdat je met zijn allen naar het publiek toe speelt, gaat het geluid van je af. Dit maakt het soms moeilijk om te horen wat er allemaal gebeurt in de kakofonie van soms meer dan 60 muzikanten.”
“Op technisch vlak is Bretonse muziek over het algemeen niet heel ingewikkeld op pipes, maar wat de bagad muziek wel erg uitdagend maakt, zijn een aantal andere dingen.
Ten eerste speelt de groep voor iedere competitie een compleet nieuwe set. Dat betekent dus dat je twee keer per jaar een set van zo’n 11 minuten moet leren. Ter vergelijking, een medley in graad 3A duurt maximaal 5 minuten en speel je minstens een heel seizoen, en hier gaat al veel werk in zitten. Daarnaast zit de muziek helemaal vol met starts, stops, chokes en variaties, wat we in pipe bands natuurlijk niet gewend zijn.”
Aart vertelt ook iets voor de ‘muziektheorie nerds’ onder ons: “Bretonse pipes zijn anders gestemd dan hoe we dat in pipe bands doen. In Bretagne noemen we dit do pipes (Do, Re, Mi, Fa, etc.). De drones van deze pipes staan een noot hoger gestemd, dus in plaats van een lage A, een B, dus klinkend een C omdat de chanter min of meer op Bes gestemd staat. Ook hebben de do pipes geen lage G maar een lage Fis, die dan weer consonant is met je drones. Veel van de tunes staan vanwege de drones dus ook in Bmin (klinkend Cmin), waardoor de muziek een heel ander gevoel krijgt, mineur in plaats van majeur.”
Aart geeft ook nog even een inkijkje in de repetities bij Roñsed-Mor: “Het zal natuurlijk per bagad wel wat verschillen, maar naarmate het concours dichterbij komt, zien de repetities er ongeveer zo uit: eerst vijf minuten de pipes opwarmen, daarna spelen we op practice chanter belangrijke delen van de set door. Dit is vooral om de vingers los te krijgen en om aan details te werken om vervolgens verder te repeteren op pipes: we stemmen en repeteren onder andere starts en stops. Hierna komen alle secties van de band samen om het ensemble te repeteren. Aan het einde van de repetitie wordt de hele set vaak nog een of twee keer in zijn geheel doorgespeeld.”
Gewoon doen!
Eigenlijk is Aart best verbaasd dat er niet meer Nederlanders en Belgen bij bagads spelen: “Ik kan iedereen aanraden om het eens te proberen. De Bretonse muziek ligt, hoewel er natuurlijk verschillen zijn, enorm dicht bij de Schotse en Ierse muziek. Waarom omarmen niet meer mensen deze geweldige muziek? Zelfs als je een minder ervaren speler bent, hoef je je niet te laten afschrikken. Zoals ik al zei, zijn er bagads van alle niveaus. Iedereen kan een band vinden die aansluit op je eigen niveau. Dus vind je het interessant? Ga het gewoon doen!”
En dat is precies wat Aart heeft gedaan, hij heeft het gewoon gedaan en maakt dus kans om in augustus als eerste Nederlander Bretons kampioen te worden.


